De leesvaardigheid en -motivatie onder Nederlandse 15-jarige jongeren gaat nog steeds achteruit. Een niet mis te verstane boodschap. Maar helpt het ons in het leesonderwijs als we er massaal vanuit gaan dat jongeren niet willen en kunnen lezen? Ik denk het niet.

PISA: de keiharde cijfers

Vorige week werden de resultaten van PISA bekend, een grootschalig vergelijkend onderzoek naar kennis en vaardigheden onder 15-jarigen. De resultaten liegen er niet om als het gaat over de leesvaardigheid, leesmotivatie en het leesbegrip van Nederlandse jongeren: die gaat achteruit. Dat er iets moet gebeuren is duidelijk, want op dit moment verlaat ruim 20% van de leerlingen de school zonder zich op het gebied van taal voldoende te kunnen redden in de maatschappij. Terwijl ik nadacht over de resultaten en reacties daarop, moest ik denken aan een boek dat ik onlangs zelf beluisterde.

De meeste mensen deugen

Het boek dat ik beluisterde was De meeste mensen deugen van Rutger Bregman. Een boek dat ik, ook los van wat ik nu wil vertellen, iedereen zou willen aanraden. Bij het lezen van de berichten naar aanleiding van de resultaten van Pisa moest ik steeds weer denken aan één van de onderzoeken waar Bregman het in zijn boek over heeft. Het betreft een onderzoek van Bob Rosenthal, toentertijd een jonge psycholoog, waarover op De Correspondent ook een artikel verscheen.

Rosenthal ontdekte in een experiment met ratten dat de dieren waarvan gezegd werd dat ze slimmer en sneller waren, veel beter presteerden dan de ratten waarvan gezegd werd dat het domme, slome ratten waren. In werkelijkheid waren het allemaal doodgewone beestjes, die niet van elkaar verschilden. Maar wat bleek? De manier waarop de onderzoekers de ‘slimme’ ratten hadden aangeraakt (warmer, zachter en voorzichtiger) veranderde de manier waarop de ratten zich gedroegen. Ze gingen veel beter presteren.

Hebben verwachtingen effect op de realiteit?

Rosenthal schreef in 1963 in een artikel in American Scientist: ‘Als een schooldirecteur een leraar vertelt dat iemand een trage leerling lijkt, maakt deze verwachting zichzelf dan waar?’ Niet veel later ontving Rosenthal een brief van een schooldirecteur met het aanbod om hem te helpen. En dat was het begin van een van de beroemdste experimenten in de geschiedenis van de psychologie.

In het kort hield het onderzoek het volgende in: leraren werden na het afnemen van een ‘zeer geavanceerde test’, die in werkelijkheid een doodgewone IQ-test was, op de hoogte gebracht van welke leerlingen de meeste potentie zouden hebben. De uitslag die de docenten kregen, had niets te maken met de test die de leerlingen hadden afgenomen, er was door de wetenschapers een random groep leerlingen aangewezen.
En ook hier waren de resultaten opvallend. De leraren gaven de groep waar het meest van werd verwacht onbewust meer aandacht, complimentjes en hoopvolle blikken en dit vertaalde zich in harde prestaties. De grootste vooruitgang werd zelfs geboekt door de groep waar men normaliter het minste van verwachtte.

Het Pygmalion-effect

Rosenthal noemde zijn ontdekking het Pygmalion-effect. Het betekent in het geval van het onderwijs dat leraren, vaak onbewust, verwachtingen hebben van (bepaalde) leerlingen. Hiermee sturen ze impliciet de prestaties van leerlingen. Inmiddels zijn er honderden studies gedaan naar dit mechanisme en keer op keer blijkt dat de bevindingen van Rosenthal kloppen.

Het lastige is dat je deze verwachtingen vaak onbewust al meedraagt en je dus niet doorhebt dat je, bijvoorbeeld door middel van lichaamstaal, anders reageert op iemand waar je hogere verwachtingen van hebt dan op iemand waarbij deze verwachtingen niet aanwezig zijn. Een eerste stap is de bewustwording en erkenning van de aanwezigheid van deze verwachtingen. Op het moment dat je doorkrijgt dat je deze verwachtingen onbewust bij je draagt, kunt je daar iets aan doen.

Golem-effect

Je bewust zijn van de effecten van hoge verwachtingen bij bepaalde leerlingen is belangrijk, maar het is misschien nog wel belangrijker om je bewust te worden van de lage verwachtingen die je hebt bij bepaalde andere leerlingen. Want helaas heeft ook dit een heel duidelijk effect. Mensen van wie we minder verwachten kijken we minder vaak aan en lachen we minder vaak toe. We nemen letterlijk afstand van ze. Dit is een van de mechanismes waardoor leerlingen met minder goede resultaten achterblijven. Leerlingen waarvan bijvoorbeeld op basis van sociaal-economische achtergrond of een eerste indruk minder wordt verwacht, presteren hierdoor (nog) slechter.

Verwachtingen over lezen

Hoewel onderzoeken zoals die van Pisa (opnieuw) duidelijk maken dat leesonderwijs belangrijk is en dat we ervoor moeten zorgen dat leerlingen betere lezers worden, denk ik niet dat het helpt om deze resultaten als uitgangspunt in je les te gebruiken. De op vooroordelen gebaseerde verwachtingen hebben namelijk veel effect op de resultaten van leerlingen. Als we er bijvoorbeeld vanuit blijven gaan dat leerlingen op het vwo meer leesplezier ervaren dan leerlingen op het vmbo, zoals gesteld wordt in het rapport van Pisa, zul je deze leerlingen (onbewust) ook zo blijven benaderen in de les. De verwachtingen die wij op basis van deze resultaten hebben voor de leerlingen, dragen er aan bij dat de resultaten bij een volgend onderzoek niet snel zullen veranderen.

Wat nu als…

… we er vanuit gaan dat alle leerlingen, van welke leeftijd, opleidingsniveau of uit welke sociaal-economische achtergrond dan ook, in principe goede lezers zijn of kunnen worden én interesse hebben in verhalen. En wat nu als je nooit meer denkt ‘die leerling zal ik nooit aan het lezen krijgen’ of ‘jongeren lezen niet’ en je alle leerlingen positieve aandacht zou schenken. Ook als de leerlingen in eerste instantie weerstand ervaren tijdens het lezen. Geef ze vertrouwen. Probeer ze te helpen, zoek naar het juiste type boek of verhaal voor deze leerlingen. Spreek je verwachtingen uit: ‘Als we blijven oefenen en op zoek gaan naar een boek dat je wel leuk vindt, gaat het lezen je straks echt makkelijker af. Daar geloof ik in’.

Zoals ik schreef, een eerste stap is je bewust worden van je eigen verwachtingen van je leerlingen, het feit dat jouw gedrag en/of (non-verbale) communicatie daar onbewust door wordt beïnvloed en de effecten die dit kan hebben. Een tweede stap is om alle leerlingen, zowel de leerlingen waarvan je weet dat ze talent hebben als de leerlingen waarbij dit nog niet aan de oppervlakte zichtbaar is, benaderen met positieve aandacht en vertrouwen.

En ja, dit kost tijd. Veel tijd. En die tijd is precies waar we allemaal mee worstelen. Maar het is een investering die scholen en overheden wat mij betreft moeten doen, omdat deze het meer dan waard is. Zodra je leerlingen, net als jij(!), het vertrouwen krijgen dat zij ook leesvaardig zijn of kunnen worden, dat er verhalen, boeken of andere teksten zijn die hen interesseren, verdienen we die investering meer dan terug.

Deel dit bericht