Eind januari begint de Poëzieweek: een uitgelezen kans om in je lessen aan de slag te gaan met gedichten. Maar waar is dat goed voor?

Poëzie is overal

We komen poëzie regelmatig en op verschillende momenten in ons leven tegen, zoals tijdens sinterklaasvieringen, bij huwelijken en uitvaarten, het zit in songteksten verwerkt en is aanwezig op sociale media. Maar op school is het behandelen van poëzie soms best een uitdaging. Op dat moment worden gedichten gezien als lastig, vreemd of zelfs een beetje angstaanjagend. Wat moet je met zo’n gedicht? Hoe behandel je poëzie in de klas? En wat levert het bespreken van gedichten op?

Waarom hoort poëzie thuis in de les?

Het structureel behandelen van poëzie en het gebruiken van gedichten in de les heeft een aantal positieve effecten. Voor dit blog gebruiken wij de publicatie Ga met een blauw paard dwars door de hoogste bergen van Dirkje Ebbers en Trees Steeghs als uitgangspunt. Deze publicatie over een leerlijn poëzie schrijven en lezen in het voortgezet onderwijs beschrijft een aantal positieve effecten van poëzieonderwijs.

Leerlingen krijgen een realistisch beeld van wat poëzie is

Door structureel aandacht te besteden aan de verschillende verschijningsvormen van poëzie krijgen leerlingen een goed beeld van wat poëzie is. Ze ontdekken de verschillende vormen van poëzie en de manieren en plaatsen waarop ze het tegen kunnen komen, zullen hun verwachtingen over wat een gedicht is bijstellen en raken gewend aan de aanwezigheid van gedichten in het dagelijks leven. Leerlingen ontdekken dat poëzie niet alleen aanwezig is in dichtbundels die ze voor school lezen, maar dat ze poëzie op veel meer plekken en momenten in hun leven tegenkomen.

Leerlingen ontwikkelen hun taalvaardigheden

Poëzie laat leerlingen zien dat je taal op verschillende manieren in kunt zetten. In poëzie kun je experimenteren met de taal, zoek je naar woorden of laat je juist delen weg. Leerlingen die gedichten schrijven, zullen ontdekken hoeveel ze kunnen zeggen met weinig woorden, of juist met andere woorden dan ze gewend zijn. Ze gaan spelen met taal en zich op een andere manier uitdrukken en kunnen hier, doordat er andere regels gelden voor het schrijven van poëzie dan voor een zakelijke tekst, gevoelens en emoties in kwijt.

Meer zelfvertrouwen voor tweedetaalleerders en minder taalvaardige leerlingen

Leerlingen die een nieuwe taal hebben moeten leren, raken soms de vanzelfsprekendheid van hun stem kwijt. Het is lastiger om in een vreemde taal de juiste woorden te vinden, wat voor een drempel kan zorgen bij het communiceren met anderen. Het helpt dan om je op papier uit te drukken door gedichten te schrijven. Bij het schrijven van poëzie ben je namelijk minder gebonden aan de taalregels. Gedichten kunnen goed tegen onvolkomenheden in de taal zoals onafgemaakte zinnen, woorden op een ongewone plek of opeenvolgende beelden zonder een aanwijsbare verbinding. Leerlingen die, om wat voor reden dan ook, moeite hebben met de Nederlandse taal, mogen de lastige vormaspecten van onze taal bij het schrijven van gedichten even vergeten, waardoor er ruimte ontstaat voor groei en zelfvertrouwen.

Poëzie als vanzelfsprekendheid

Hoewel er in de einddoelen voor het vak Nederlands weinig tot geen aandacht is voor poëzie, biedt het behandelen van poëzie veel mogelijkheden. Door leerlingen regelmatig met poëzie in aanraking te laten komen, raken ze gewend aan deze tekstvorm en zullen ze er op den duur minder voor terugdeinzen. Poëzie is dan geen onbegrijpelijke ‘ver-van-hun-bed-show’ meer, maar iets waarmee ze vertrouwd zijn en wat hun interesse kan wekken.

Hoe vaker leerlingen in aanraking komen met een gedicht, hoe gewoner het wordt. Een voordeel van poëzie is dat gedichten vaak kort zijn. Je kunt gedichten hierdoor flexibel inzetten in je les. Het is bijvoorbeeld niet altijd nodig om poëzie te behandelen vanuit de klassieke dichtbundel. Je les beginnen met het voordragen of beluisteren van een gedicht dat past bij het onderwerp dat je die les wilt bespreken of dat aansluit bij de actualiteit is een laagdrempelige manier om leerlingen met poëzie in aanraking te laten komen. Je kunt ook met de leerlingen kijken naar gedichten in de openbare ruimte, in je eigen school bijvoorbeeld. Of neem gedichten op sociale media eens onder de loep. Tot slot kun je ook in de klas naar muziek luisteren en in een gesprek met je leerlingen vragen of zij de songtekst poëzie vinden of niet.

Gedichten als ondersteuning bij de zelfontwikkeling

Naarmate leerlingen gewend raken aan het lezen van poëzie, kunnen ze zichzelf of situaties gaan herkennen in gedichten. Ze vinden er troost in of voelen zich door het lezen van een gedicht begrepen of minder alleen. Ook dit aspect van poëzie mag aandacht krijgen in je lessen. Want hoewel je er misschien niet bij stilstaat; veel jongeren schrijven zelf poëzie en gebruiken dit als een uitlaatklep. Deze jongeren zijn taalbewust en hebben manieren gevonden om zichzelf door middel van taal uit te drukken. Dit zijn waardevolle vaardigheden die je al je leerlingen gunt.

Lees ook onze tweede blog over dit onderwerp: Poëzieonderwijs, hoe pak je dat aan?

Deel dit bericht